Slider

8 juni 2020

Peter (Business Consultant) en Alizé (Adviseur HRM & Communicatie) zijn niet alleen collega’s bij MainPlus Schadeherstel, maar ook getrouwd en hebben samen twee kinderen. Hier vertelt Alizé hun verhaal (de foto is van de echte brand).

“Doe je de deur niet op slot?”, vraag ik. “Nee”, antwoord Peter. “Want ik dacht ineens, stel dat we brand krijgen? Dan kunnen we er niet uit.” Het lijkt net alsof Peter iets voelde aankomen, want precies één dag later, op 23 november 2016, slaat het noodlot toe.

Brand Alizé

(Foto: Omroep West) 

Zoals elke ouder weet hoort bij een pasgeboren baby een flinke dosis slaapgebrek, zo ook bij ons. Wij besloten die avond dan ook om 21:00 uur lekker te gaan slapen. Ik lig nog maar net in bed, als ik buiten ineens geschreeuw hoor. Ik sta op en kijk door het raam naar buiten om te zien wat er aan de hand is. Door het raam zie ik rook, heel veel rook. Het dringt niet direct bij mij door wat die rook betekent. Gekscherend zeg ik nog tegen Peter: “Het Italiaanse restaurant hier om de hoek heeft toch geen pizza laten aanbranden?”.

“Nu naar buiten! Je huis staat in brand!”

Op dat moment wordt er aangebeld. Ik loop naar beneden en doe de deur open. Voor mij staan een vrouw en twee mannen. De vrouw kijkt mij paniekerig aan: “Nu naar buiten! Je huis staat in brand!” Direct halen wij onze baby uit bed en als ‘pas getraind’ BHV-er trek ik nog snel de deuren in huis dicht en rennen we naar buiten. In pyjama en op onze blote voeten, met onze drie maanden oude baby in een dekentje, staan we buiten beduusd te kijken hoe de vlammen uit ons dak slaan. Dat ik ondertussen in een stuk glas ben gaan staan heb ik niet eens door. In een ‘split second’ neem ik in gedachte afscheid van alles wat mij in huis dierbaar is. 

Terwijl de vlammen groter en groter worden, komt de brandweer aanrijden en verzamelen zich steeds meer mensen om te kijken naar de vuurzee. Om onze zoon te beschermen tegen de rookontwikkeling rent Peter op zijn blote voeten met hem naar mijn ouders, die gelukkig aan het einde van de straat wonen. Ondertussen bel ik mijn ouders op. Het is een telefoontje dat je nooit hoopt te maken of te krijgen: “Papa, ons huis staat in brand. Het is ernstig. Peter komt nu naar jullie toe met James. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik heb je nodig.” Ik denk dat mijn moeder nooit meer zal vergeten hoe haar schoonzoon met haar kleinzoon in een dekentje gewikkeld voor haar deur stond te bibberen.

Eenmaal gearriveerd stuurt mijn vader mij naar zijn huis. Pas als ik Peter daar zie komen de tranen. “Hoe kan dit nu gebeuren? Wat moeten we doen? Wie gaat ons helpen? Hoe moeten we James straks eten geven?” We hadden ineens niets meer, behalve elkaar. Ondertussen stromen de berichtjes binnen van familie, vrienden en kennissen die zich bij ons huis hebben verzameld en zich uiteraard zorgen maken. Om iedereen met één bericht te kunnen bereiken, plaatsen we op Facebook het bericht dat we ongedeerd zijn, maar dat er van ons huis en alles wat daarin staat weinig zal overblijven. Nog geen kwartier later wordt er aangebeld bij het huis van mijn ouders. Eén van onze kennissen had ons bericht gelezen en had een kist vol babykleding meegebracht. Zelfs de brandweer had vernomen dat we dringend babyvoeding nodig hadden en is op een veilig moment het huis in gegaan om flesjes en melkpoeder te halen. Het is niet te omschrijven hoe hartverwarmend dit alles voelde voor ons.

“Het is een telefoontje die je nooit hoop te maken of te krijgen.”

Na een aantal uren wachten, krijgen we van mijn vader het bericht dat de brand is geblust en we even naar binnen mogen. Wel moeten we ons voorbereiden op wat we te zien krijgen. De ravage is enorm. Niet alleen de rookschade en het flinke gat in het dak, maar ook de enorme hoeveelheid water en bijkomende waterschade van het blussen, maakte dat ons huis onbewoonbaar werd verklaard. De brandweer geeft aan dat de brand is ontstaan in de garage van de buren, die daar al een paar dagen aan het klussen waren. De brand was zo warm geworden, dat van de drie mogelijke oorzaken niet te herleiden is waar het precies vandaan kwam. Ook al hadden wij zelf alle mogelijke voorzorgsmaatregelen getroffen, zoals het ophangen van rookmelders, je hebt geen invloed op wat je buren aan maatregelen treffen. Met uitzondering van alle andere omwonenden, konden we van onze buren overigens op weinig sympathie rekenen. Ze hebben niet eens gevraagd hoe het met ons ging toen ik zei dat we ternauwernood waren ontsnapt. De schade aan hun garage was minimaal, terwijl ons huis onbewoonbaar was geworden. Al onze spullen werden vergoed op basis van de dagwaarde. Daar koop je geen nieuwe inboedel voor terug. Het voelde zo oneerlijk, immers waren wij niet de veroorzakers van de brand. Ook speelde voor mij mee dat we onze zoon niet meer in zijn eigen bedje konden leggen, het babykamertje waar wij zoveel liefde in hadden gestoken. Hij heeft er slecht een maand gebruiken van mogen maken.

Het hielp ook niet dat ons brandende huis ineens overal op het nieuws te zien was. Volgens de berichtgeving ging het om een brand die was ontstaan door een wasmachine bij ons in huis. Daar klopte helemaal niets van, desondanks was het toch zo in het nieuws verschenen. Niet de beste publiciteit voor een huis dat net te koop stond. Vlak voor de brand hadden wij namelijk een nieuw huis gekocht onder voorbehoud van verkoop van ons huis. In de huidige staat konden wij ons huis natuurlijk nooit verkopen en hiermee leek als een volgend dominosteentje de aankoop van ons droomhuis niet door te kunnen gaan. Wat sommige mensen overigens er niet van weerhield om ongewenst en ongegeneerd ons huis binnen te lopen en even een kijkje te nemen. Het te koop bord leek wel een vrijkaartje voor ramptoeristen.

“We hadden niets meer, behalve elkaar.”

Op de avond van de brand zijn wij in contact gebracht met Stichting Salvage, zij worden bij grotere brandschades opgeroepen door de brandweer voor de eerste hulp aan gedupeerden. Stichting Salvage heeft vervolgens reconditioneringsbedrijf BELFOR voor ons ingeschakeld. Voor BELFOR hebben wij alleen maar complimenten. Al onze spullen werden netjes en met respect ingepakt in dozen. Na het nodige sloopwerk en het draaien van de ionisatieapparatuur was de geur al na twee weken uit ons huis. We dachten dat de meeste van onze spullen door roet en water verloren waren gegaan, het tegendeel is waar. Wat kunnen deze mensen toveren! De meeste spullen zijn gereinigd en hebben we nog steeds. We mochten zelfs bij BELFOR langskomen om onze gereinigde spullen te bekijken en uit te zoeken. Hiervoor kregen we alle rust en tijd, wat ons enorm heeft geholpen in het verwerkingsproces. Na het slopen hebben we het huis in drie maanden tijd opgeknapt en uiteindelijk weten te verkopen. Hiermee kon de koop van ons droomhuis toch nog doorgaan.

De buren waren verzekerd bij een andere verzekeringsmaatschappij dan wij, echter wel van hetzelfde moederconcern. Wij dachten dat met dit gegeven de schade dan wel vlot afgewikkeld zou worden. Kennelijk was dit naïef gedacht, want de afwikkeling viel enorm tegen. Omdat de buren een veel hogere schadeclaim probeerden te innen en er bij de verzekeringsmaatschappij twijfel was of de brand door ondeskundig handelen van de buren was ontstaan, heeft de schadeafwikkeling nog een jaar geduurd.

Het traject met de contraexpert leidde helaas ook tot de nodige ontsteltenis. De dag na de brand werd er telefonisch contact opgenomen door een contraexpert die onze belangen zou dienen in de schadeafwikkeling, althans zo werd dit verteld. Betalen was niet nodig, dit zou door de verzekeringsmaatschappij worden gedaan. Dit bleek zeker niet het geval. We hebben nagenoeg alles zelf moeten doen. Zonder mijn vader, die gelukkig ervaring heeft in de afwikkeling van schades, weet ik niet hoe wij dit hadden moeten doen. Als we alles aan de contraexpert hadden overgelaten, hadden we veel minder uitgekeerd gekregen.

In tegenstelling tot veel mensen die zoiets meemaken, konden wij al die tijd terecht bij mijn ouders en hoefden we gelukkig niet naar een hotel. Ergens was het ook wel bijzonder dat James nu zoveel tijd met zijn opa en oma mocht doorbrengen. Maar wat ze zeggen is waar, ‘there is no place like home’. Hoewel we het naar ons zin hadden bij mijn ouders wilde we niets liever dan terug naar ons eigen huis, onze thuis. Het is lastig om je verlies te verwerken op een plek die niet jouw thuis is, al voelt deze nog zo vertrouwd. We werden zo overspoeld door verdriet (ook nog eens, omdat drie weken na de brand mijn schoonvader aan kanker overleed), dat het lastig was om ons hoofd erbij te houden. Het enige wat je op zo’n moment wil is dat alles uit handen wordt genomen en de zaken goed en snel geregeld zijn. Wij hebben dan ook heel veel geluk gehad met de kennis en ervaring van mijn vader. Hij was samen met mijn moeder echt onze rots in de branding. Ik ben me ervan bewust dat de meeste mensen die luxe of expertise niet hebben. Daarom ben ik blij dat wij nu met MainPlus Schadeherstel die hulp kunnen bieden waar je als gedupeerden echt naarstig behoefte aan hebt; ontzorging.

De impact van brand, zelfs jaren later, is groot. Nog steeds gaan de haren op mijn armen overeind staan als ik een rookgeur ruik. Gelukkig is het voor ons uiteindelijk allemaal goed gekomen. Wij wonen nog steeds in ons droomhuis en een jaar geleden is ons gezin uitgebreid met nog een zoon, Lucas.